
Politieke verandering
De 19e eeuw – een eeuw van revoluties! Mensen in heel Europa raken geïnspireerd door de Franse revolutie van 1789. Zij verzetten zich tegen de heersende positie van de adel en vechten voor de ontwikkeling van de burger- en mensenrechten, democratie en nationale onafhankelijkheid.
Het nationalisme wint terrein als een revolutionaire belofte aan het volk, dat meer zeggenschap zou krijgen in een democratisch bestel. Maar deze belofte geldt niet voor iedereen: zij heeft een wereld voor ogen waarin nationale grondgebieden worden bevolkt door mensen met dezelfde etnische achtergrond. Sommige vooruitstrevende Europeanen hopen echter op een eendrachtig continent waar nationale loyaliteiten van ondergeschikt belang zijn.
Virtuele rondleiding
Revolutionairen in heel Europa keren zich tegen de voorrechten van de adel en de traditionele orde. Met name de revoluties van 1848-1849 zijn een mijlpaal in de strijd voor gelijkheid, zelfbeschikkingsrecht en mensenrechten, doelstellingen die nog altijd sterk doorklinken in onze huidige maatschappij.
'Opwerping van barricades'
Duitse Bond, ca. 1850
Bouwspeelgoed Hout, papier
Huis van de Europese geschiedenis, Brussel, België

De Franse revolutie van 1789 vormde een keerpunt in de Europese geschiedenis. Bestaande politieke systemen raakten ondermijnd nu de idealen van "vrijheid, gelijkheid en broederschap" zich over het continent verspreidden. De aanval van de Franse revolutionairen op de Bastillegevangenis in Parijs op 14 juli 1789 is een bekend symbool geworden van verzet tegen corrupte heerschappij en adellijke privileges.
'Siege de la Bastille' (Bestorming van de Bastille)
Parijs, Frankrijk, 1970, naar Jean-Bertrand Andrieu (1761–1822)
Vergrote gedenkpenning in gegoten brons
Huis van de Europese geschiedenis, Brussel, België

Legenden, mythen en een roemrijk verleden worden stuk voor stuk een belangrijke bron van inspiratie voor nationale bewegingen die een nationale identiteit trachten te smeden – een unieke, op zichzelf staande identiteit. Vlaggen, volksliederen en symbolen zijn slechts enkele voorbeelden van instrumenten die door nationale bewegingen worden gebruikt om deze doelstelling te bereiken en het nationale zelfbeeld te cultiveren.
Legendarische eed van de Zwitserse Confederatie
Zwitserland, negentiende eeuw
Sierbord van keramiek
Landesmuseum Zürich, Zürich, Zwitserland

Markten en mensen
Stoom, rook, fabrieken en lawaai kondigen het begin van de industriële revolutie in Groot-Brittannië aan. De industriële productie verspreidt zich in verschillende gradaties over Europa en het continent groeit uit tot het wereldcentrum van industrialisatie, financiën en handel.
Nieuwe technische uitvindingen geven de aanzet tot industriële vooruitgang, waarbij stoom de drijvende kracht is achter de ontwikkeling van de zware industrie. Productiewijzen worden volledig getransformeerd en grote fabrieken met duizenden arbeiders produceren op massale schaal industriële en consumptiegoederen.
Arbeiders zijn in de negentiende eeuw loonarbeiders zonder juridische bescherming of sociale zekerheid. Vaak moeten zij onder erbarmelijke omstandigheden werken en wonen. Pas aan het eind van de eeuw verwerven zij geleidelijk het stemrecht en verbetert hun situatie.
Reclame voor Maison du Peuple
Brussel, België, 1899
Poster, Reproductie
Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis, Gent, België

De industrialisatie en de invoering van gemechaniseerde productie brengt een grote verandering teweeg in de arbeidsomstandigheden van mensen in heel Europa.
Stoomhamer van Nasmyth
Groot-Brittannië, ca. 1850
Replica
Science Museum London, Londen, Verenigd Koninkrijk

Met het uit het Frans afkomstige woord "bourgeoisie" wordt een nieuwe categorie mensen aangeduid die voortkomt uit de door de industriële revolutie teweeggebrachte maatschappelijke veranderingen. De bourgeoisie is economisch onafhankelijk, goed opgeleid en verwerft politieke rechten, waardoor zij een drijvende kracht vormt achter economische en politieke veranderingen.
'Portrait de Monsieur et Madame Georges Hobé' (Portret van meneer en mevrouw Georges Hobé)
België, tweede helft van de negentiende eeuw
Gustave Vanaise (1854-1902)
Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, Brussel, België

Wetenschap en technologie
Eind negentiende eeuw zijn snelheid, dynamiek en vooruitgangsgeloof kenmerkend voor Europa. De uitvinding van de spoorwegen, elektriciteit, film, fotografie en de ontwikkeling van nieuwe wetenschappelijke en medische theorieën versterkten de positie van Europa als voortrekker in dit technologische groeiproces. Er diende zich een periode van optimisme aan. De opmars van Europa als zelfbewuste technologische wereldleider werd duidelijk zichtbaar bij het aanbreken van het spoorwegtijdperk. De industrialisatie breidde zich uit en het werd voor alle sociale klassen mogelijk om verre reizen te maken.
Reizen werden nu gemeten in tijd en snelheid in plaats van afstand. De spoorlijnen brachten trans-Europese netwerken tot stand waarvan het goed ontsloten centrum van Europa profiteerde, terwijl landen en mensen in de periferie in een groter isolement terechtkwamen.
De spoorwegen veranderden het Europese landschap door de aanleg van tunnels, viaducten en bruggen die het mogelijk maakten tot dan toe onneembare barrières te passeren. In 1882 werd de 15 kilometer lange Gotthardtunnel voltooid en geopend. Deze was op dat moment de langste spoortunnel die Noord- en Zuid-Europa met elkaar verbond. De spoorwegen maakten massavervoer en -toerisme mogelijk.
Van Noord-Europa naar Italië via de Gotthardspoorlijn
Lugano, Italië, 1898
Kunstenaar onbekend
Huis van de Europese geschiedenis, Brussel, België

De telegraaf maakte vrijwel rechtstreekse communicatie mogelijk tussen plaatsen die ver van elkaar af lagen. Een misdrijf dat in de ene stad was gepleegd kon snel worden gemeld in de andere stad, en ook de prijzen van goederen op de wereldmarkt konden onmiddellijk worden uitgewisseld. Dankzij kabels op de zeebodem werd wereldwijde communicatie mogelijk.
Een van de eerste telegrafen, gebruikt in België
Londen, Verenigd Koninkrijk, ca. 1844
Cooke & Wheatstone
Huis van de Europese geschiedenis, Brussel, België

Eind negentiende-eeuwse nationale wedijver en internationale spanningen waren duidelijk voelbaar op de Wereldtentoonstelling van 1900, waar oorlogswapens en koloniale dorpen werden getoond. Deze wedijver zou op dramatische wijze bepalend zijn voor de volgende eeuw.
Oorlogswapens
Wereldtentoonstelling Parijs, Frankrijk, 1900
Expositiecatalogus
Huis van de Europese geschiedenis, Brussel, België

Imperialisme
In de negentiende eeuw had Europa een sterke machtspositie in de wereld. Rijken werden uitgebreid en de ene na de andere kolonie werd veroverd – ontwikkelingen die door de industriële revolutie in een stroomversnelling kwamen. Koloniën leverden grondstoffen en luxegoederen om aan de stijgende consumentenvraag te kunnen voldoen, en vormden tegelijkertijd een grote afzetmarkt voor Europese producten. Misbruik en ongelijkheid werden vergoelijkt als een noodzakelijk kwaad bij het 'beschaven' van wilde volkeren. Nadat de slavernij geleidelijk was beëindigd, ontstonden nieuwe vormen van onverdraagzaamheid en racisme.
In 1914 heersten Europese landen over circa 30 % van de wereldbevolking. Europa was al eeuwenlang betrokken bij overzeese verkenningsreizen en handel, maar de industriële revolutie stelde het continent in staat zijn greep op andere werelddelen
De deelnemers aan de Conferentie van Berlijn (1884-1885) stelden basisregels op voor de verdeling van het Afrikaanse continent tussen Europese mogendheden, zonder dat de Afrikanen zelf daar enige zeggenschap over hadden. Tegen het einde van de twintigste eeuw waren nog slechts drie landen onafhankelijk. Europese machten zouden ook het Aziatische continent onderling verdelen.
Europa en Japan snijden China in stukken
Le Petit Journal, Parijs, Frankrijk, 1899
Henri Meyer (1844-1899)
Spotprent
Huis van de Europese geschiedenis, Brussel, België

Nieuwe Europese technologie leidde tot de uitvinding van instrumenten zoals machinegeweren, die een beslissende rol speelden bij de verbreiding van het kolonialisme. Ondanks hun grotere aantallen konden inheemse volkeren niet op tegen een wapen dat vijftig keer sneller kogels kon afvuren dan een standaardgeweer.
Maxim-machinegeweer
Hiram Maxim (uitvinder), 1840-1916
Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland, eind negentiende eeuw
Royal Armouries of the United Kingdom, Leeds, Verenigd Koninkrijk

Binnen Europa zelf werden bepaalde volkeren beschouwd als raciaal "minder ontwikkeld" dan andere. Volgens dergelijke racistische ideeën bevonden de volkeren in kwestie zich in de geografische en sociale marge van Europa en werden zij vaak beschouwd als de levende voorouders van de verder ontwikkelde rassen van het negentiende-eeuwse Europa.
Cast van een Zoeloe jongen
Berlijn, Duitse Rijk, 1891
Castans Panoptikum
Gips
Ard-Mhúsaem na hÉireann, Dublin, Ierland
