
Omschrijving
Dit is de autobiografie van Hans-Gert Pöttering, voormalig voorzitter van het Europees Parlement en initiatiefnemer van het Huis van de Europese geschiedenis, die nu ook in het Engels beschikbaar is. Dit verhaal is persoonlijk maar het toont ook hoe Europa de chaos en de haat na de Tweede Wereldoorlog en de val van het IJzeren Gordijn daarna te boven is gekomen.
Hans-Gert Pöttering is een Duitse christendemocraat die van 1979 tot 2014 lid was van het Europees Parlement. Voor hij in 2007 tot voorzitter van het Parlement werd verkozen, was hij jarenlang fractieleider van de centrumrechtse Europese Volkspartij (1999-2007). De auteur heeft zijn vader nooit gekend omdat deze omkwam aan het einde van de Tweede Wereldoorlog en volgens hem “heeft het overlijden van mijn vader mijn Europese leven gemotiveerd”. Pöttering werd in zijn jeugd beïnvloed door Konrad Adenauer, de eerste bondskanselier van Duitsland en een van de grondleggers van wat nu de Europese Unie is: “Deze nieuwe visie op de toekomst van Europa heeft mij van jongs af aan gefascineerd.” Als geliefde en vastberaden voorzitter van het Europees Parlement is Pöttering een trouwe verdediger van de instellingen die opgericht werden volgens de “communautaire methode”, hij verwijst hierbij naar een uitspraak van Jean Monnet: “niets is mogelijk zonder de mens, maar niets is blijvend zonder instellingen”. In tijden van onzekerheid over de toekomst van Europa herinnert dit boek ons aan alles wat bereikt is en welke gevaren we lopen wanneer we onze geschiedenis vergeten. De titel van het boek is ontleend aan de Verklaring van Berlijn van 25 maart 2007: “Wij, de burgers van de Europese Unie, hebben het geluk verenigd te zijn”.