
De gezamenlijke Europese munt, de euro, wordt binnenkort twintig jaar oud. Om dit te vieren heeft het Huis van de Europese geschiedenis een selectie van 15 voorwerpen tentoongesteld die gedoneerd zijn door de Europese Centrale Bank.
De voorwerpen, die dateren uit 2001 en 2002, zijn onder andere een 20 eurobiljet met de handtekening van de eerste voorzitter van de Centrale Bank Wim Duisenberg. De voorwerpen zijn te zien op de eerste verdieping van het museum.
De grootste omschakeling van geldsoort in de geschiedenis vond plaats op 1 januari 2002. Miljoenen inwoners van twaalf lidstaten van de Europese Unie kregen in hun dagelijkse leven te maken met de euromunten en -biljetten. Maar dit gedenkwaardige moment vond niet zomaar van de ene op de andere dag plaats. Het Europees Monetair Stelsel ging in 1979 van start en ongeveer tien jaar later werd er een voorbereidingsperiode van drie fasen ingevoerd. Na nog eens tien jaar aan voorbereidingen werd op 1 januari 1999 de euro gelanceerd. De eerste drie jaar werd de euro echter alleen gebruikt voor boekhouding en elektronische betalingen – het was een “onzichtbare” munteenheid.
De Europese Raad koos de naam voor de munteenheid tijdens een bijeenkomst in Madrid in 1995, halverwege de voorbereidingsperiode. Het symbool € is gebaseerd op de Griekse letter epsilon (Є), de eerste letter in het woord “Europa”. De twee horizontale lijnen staan voor stabiliteit.
Vandaag de dag hebben 19 landen in de EU de euro als munteenheid. Dat betekent dat de euro de dagelijkse munt is voor 340 miljoen Europeanen. In alle eurolanden zien de biljetten er hetzelfde uit. Munten hebben hetzelfde ontwerp aan één zijde en een landspecifiek ontwerp aan de andere zijde.
Kom zelf de voorwerpen bekijken tijdens een gratis bezoek aan het Huis van de Europese geschiedenis – alles is te vinden in de Fabelzaal van het museum.